De Kinderen


Dit deel begint met een "kinderen-suite" die herinnert aan verscheidene fasen en kenmerken der kinderen: "berceuse" (1), "eerste stappen" (2), "moeder" (3), "ontdekking van de omgeving" (4), "diepe slaap" (5, met basse 32'), "droefheid" (6) gevolgd door "het is onjuist!" (7) en "groot verdriet" (8), maar het eindigt met "snelle vertroosting" (9) en "opgewektheid" (10); daarna komt: "moed" (11), "genoegen der verbodene dingen" (12), en "genoegen lawaai te maken" (13, met tutti).


De kinderspelen zijn dan weergegeven door een "muzikaal spel": een driestemmig canon van 27 noten: "laten we eens spelen" (14), en nog "een ander deel" (15); daarna, "men verwisselt" (16, met omgedraaide thema per derde); tenslotte, een sterkere en aandringende stem laat zich horen boven het "spel": het is "tijd om naar huis te komen, zonder tegen te spreken"; men haast zich om het spel te eindigen, maar het zal zo blijven.


Het thema van het "spel" komt opnieuw voor in "toekomstplannen" (17), (met meer leven) want de kinderen hebben niet zeer realistische plannen: ze maken grootheidsdromen (18) waar ze zich voorstellen als president, vedette of cosmonaut; de pedaal-noten tekenen trouwens een triomfboog. Het eindigt met een groot optimistisch akkoord in A-groot, met 32'


Het is met opzet dat dit deel "Kinderen" een zekere diepte kan blijken ontbreken, zoals het trouwens is met de gelukkige en onbezorgde kinderen die er in beschreven zijn.