De Jongelingen


(19) "Eerste echte Genegenheden - Ode aan de Liefde". Gezien dat de overgang tussen kindsheid en jongelingsjaren progressief is, neemt de eerste beweging de A-groot tonaliteit van het einde der deel "Kinderen". Een lang thema (81 noten!), in de jongelingen stemomvang (C-sleutel), zeer zingend, heriinert aan een "liefdeslied". Gans met linker hand gespeeld, het komt terug met tegenmelodie aan rechter hand (Quint en dan Hobo), met ertussen resoluut romantische delen; daarna wordt het thema in chromatische noten gesplitst, met 2-stemmig-hobo tegenmelodie; het deel eindigt met "de zegevierende liefde", en het thema op pedaal-Bombarde, in ff.


(20) "Heimwee aan de Kinderjaren". Dit deel begint met een tamelijk droefgeestige koraal, 5-6 stemmig, in A klein en C groot, leidend tot het thema zelf, dat de heimwee aan de kinderjaren beschrijft, waarvan de jongeling plots beseft dat ze voorbij zijn en niet zullen terug komen. Het thema, in C groot, en zijn begeleider, in A klein, wisselen af in jongeling-stemomvang en, een oktaaf hoger, in kind-stemomvang, zoals een laatste poging zich aan dit vervlogen tijdperk vast te houden.


Daarna maakt men het toenemende verzet mee tegenover het voorbijgaan der jaren, zijn toppunt bereikend in martelende akkoorden, met heel de woede van GO en Pedaal (Bombarde 32'); maar deze opstand is machteloos, en men komt in C groot terug, ondanks de nog aanwezige kwaadheid; dit deel eindigt met een geïsollerde noot in uiterste lege toon, in fff, aanwijzend op de toekomstige volwassen-toestand: de kinderjaren (hoge tonen) zijn voorbij, en jongelingsheid (middelbare tonen) zal niet lang duren. Het hoofdthema komt terug om de berusting te vertolken, in Unda Maris en dan in Voix Céleste; het laatste akkoord (pp) is in kind-stemomvang (handen) en volwassenen- (contrebasse 32' van pedaal), en de jongeling zal moeten kiezen tussen de twee...


(21) "In stralende conditie". Een eerste thema, snel en vrolijk, is gespeeld op 3 klavieren met "jeux de tierce", "Quinte" en "Cornet". Een ander thema volgt met aandenken aan kinderliederen, om de guitigheid, afkomstig uit de kinderjaren, te beschrijven: het is gespeeld met hobo, cromhorne en trompette, op 3 klavieren. Daarna komt het eerste thema terug om het einde aan te voeren, dat geschiedt met een humoristiche noot (afgezonderde noot met trompette 16' alleen).


(22) "Begin in actief leven". Deze beweging, slingerend tussen A klein et E groot, geeft de onstuimigheid en de geestdrift weer waarmee de jongeling zich in het actief leven werpt; zijn opvattingen, nieuw en ja zelfs niet-conventioneel, kunnen goed uitvallen: zie "thema?", waar handen en voeten schijnen evenwat te doen, maar de globale uitkomst is goed; het mengsel "Mixtures" van Positief + Bombarde van Pedaal geeft een mooie indruk, ofschoon zonderling.


(23) "Naar een ander Leven". De vorige beweging verbindt zich aan deze met een afgezonderde noot van Pedaal, in ffff; men denkt hier aan de vooruitzichten van het volwassen-leven, met al zijn beloften, zijn vruchtbaarheid, de mogelijkheid "grote dingen" te verwezenlijken. Het stemt overeen met het einde van het deel "Kinderen", maar met meer helder inzicht en beslistheid. Daaruit een "Maestoso" beweging, met complexe akkoorden, overwogen om het aanzicht te bewaren, melodieus en grandioos tegelijk. Het orgel, met heel zijn krqcht en majesteit, is in volmaakte verhouding met de jonge mens, bewust van zijn ontzaglijke mogelijkheden.


Het deel "Jongelingen", begonnen in A groot, eindigt in Cis groot, duidend op de breuk van het ingaan in een wereld van volwassenen, volkomen verschillend.