De Volwassenen

(of: van Nood tot Hoop)



(24) "Nood". De jongeling, nu volwassen geworden, heeft (helaas) zijn illusies verloren, zijn geestdrift, ja zelfs zijn werk: van Cis groot, vindt men zich nu in C klein, in een toestand van nood en droefheid, waar men zich klaagt, maar er bestaat nog een wil om te boven te komen: de dalende muzieklijnen zijn gepaard met stijgende noten, maar minder, en hetzelfde voor het chromatische thema. Een korte passage in "Voix Céleste" doet denken aan een verbetering, aangebracht door kunstmatige middelen, maar dat lost de problemen niet op (en het chromatische thema komt terug). Dichtbij het einde van de beweging, dwingt men zich moeilijk niet langer toe te geven aan zijn toestand, maar men voelt dat men, alleen, de moeilijkheden niet zal te boven komen, en de laatste maat is een geroep om hulp, in ff.


(25) "Kyrie". Een beetje bij toeval een kerk binnengetreden, vindt men er een geruststellende sfeer (waaruit de tonaliteit E groot); van het gewelf daalt een "Kyrie", sober en vredig, door een kinderstem gezongen. Deze Kyrie, heel in E groot tonaliteit, is wat utopisch, en de zo aangebrachte troost is tamelijk vergankelijk.


(26) "Ave Maria". de zedige troost door de Kyrie aangebracht is weergegeven in een blad in A klein dat laat doorschemeren dat, ofschoon het wat beter gaat, alles is niet opgelost. Zich wenden tot een gebed is misschien een middel te proberen, en men valt plotseling aan met de "Ave Maria" (kinderstem) in G klein, alsof een laatste kans die men grijpt. Het vertrouwen komt terug, en men gaat snel over tot F groot en A groot; bij "Sancta Maria", is het een uitroep van hoop (in F, met Mixtures en grond 32') en men gaat tot D groot over. Na een dubbele warme "Amen", de laatste maten geven uitdrukking van een zekere teruggevonden vredigheid.


(27) "Beslist". Dat alles was wel mooi, maar men moet naar meer concrete dingen terug komen, namelijk een halve toon lager: Cis klein. Men verzaamelt zijn moed met "beide handen": de linker hand, wilskrachtig, tegenover de rechter hand, nog klagend. Her zelfde thema wordt herhaald: met "valse noten", in het begin, wat verplicht weer te beginnen, zoals in het leven waar alles niet meteen gaat. Geleidelijk wordt het thema rijker en neemt toe in kracht, om te eindigen in een uitroep van uiteindelijke overwinning, in Cis groot.